Wij bouwen onze eigen wereld

In dit artikel gaat Senna Turksema in op wat hem inspireerde om aan de slag te gaan met de Kameraadschappij. Hierbij gaat hij ook in op de rijke socialistische traditie waar onze vereniging zich in plaatst, en licht hij uit hoe de lessen van deze traditie ons kunnen helpen om onze klasse weer te mobiliseren in de strijd voor het socialisme.

Met het aannemen van onze statuten en beginselen op de Landdag van 9 januari is een lange periode van voorbereiding dan eindelijk afgesloten. Het fundament van onze vereniging ligt er en we kunnen aan de slag om onze vereniging op te bouwen. Voorafgaand aan deze eerste Landdag is er al veel discussie gevoerd over de invulling en vorm van de Kameraadschappij, maar we hebben het betrekkelijk weinig gehad over wat ons inspireert om aan dit project te beginnen — en dat terwijl dit juist zo mooi kan zijn! Een inspiratiebron is natuurlijk erg persoonlijk, maar kan wel aanstekelijk werken. Daarom zal ik mijn bron van inspiratie met jullie delen, in de hoop dat jullie er dezelfde kracht uit putten als ik. Ook wil ik hierbij wat vertellen over de traditie waarin wij ons plaatsen en wat in mijn ogen de weg vooruit is voor ons socialisten.

Om te ontdekken wat mijn kameraad en mijzelf in de winter van 2019 ertoe bewoog om de eerste aanzet te doen voor wat nu de Kameraadschappij is geworden moeten we afreizen naar een andere wereld. Een wereld van miljoenen mensen die zich internationaal verenigden in een nobel streven naar een betere maatschappij, en waarin zij zichzelf schoolden en verhieven tot nieuwe hoogtes in de strijd voor hun belangen en het socialisme. Zij kwamen samen in een bonte familie van verenigingen en clubs, aan elkaar geweven rondom een socialistische arbeiderspartij. Een formule die bekend staat als de zogeheten partijbeweging.

De diversiteit van deze verenigingen en de bijbehorende publicaties was gigantisch. Zo waren er socialistische fietsverenigingen die solidariteitstochten door heel Europa organiseerden, er bestonden socialistische kanariefokverenigingen, er waren bladen specifiek voor socialistische kroegbazen met een oplage van meer dan tienduizend — je kunt het zo gek niet bedenken of het bestond. Miljoenen mensen vonden hun thuis in deze wereld, waarin zij de ruimte kregen om als persoon tot bloei te komen en mee te bouwen aan een betere, socialistische maatschappij.

In onze zoektocht naar meer informatie over deze verloren wereld kwamen wij een naam tegen die ons in het bijzonder inspireerde: de austromarxist Julius Deutsch (1884-1968). Het lezen over zijn visie in Gabriel Kuhn’s Antifascism, Sports, Sobriety vormde daarbij voor ons een kleine openbaring. Het leven van Deutsch, hoe interessant ook, zal ik hier verder niet uit de doeken doen. Liever sla ik zijn leven voor nu even over en ga ik meteen in op een passage uit zijn memoires, waarin hij de haast spirituele kern van zijn politieke visie kort uiteenzet:

De arbeidersbeweging van deze tijd zag zichzelf niet enkel als een factor in de dagelijkse politiek. Integendeel. Het wilde meer zijn; veel meer. En voor de arbeiders was het dat ook. Haar doel was om alle aspecten van de samenleving te transformeren en, als voorwaarde, om het individu te herscheppen. […] Dit was mijn wereld. Ik kende amper een andere en ik had ook geen enkel verlangen om een andere te leren kennen.

Het socialisme voor Julius Deutsch was heel veel meer dan het politieke leven zoals we dat nu kennen. Voor Deutsch omvatte de strijd voor het socialisme een Prometheaans project, de onmiddellijke opbouw van een wereld waarin de arbeidersklasse haar eigen normen en wetten bepaalde en waarin ieder individu zichzelf kon ontwikkelen in de richting die zij wenste, niet langer gehinderd door de uitbuiting en vervreemding die het kapitalisme kenmerkt.

Deutsch heeft op veel manieren bijgedragen aan deze poging een betere wereld te vestigen, maar voor nu zal ik daarvan slechts eentje kort uitlichten — de rol die hij speelde in de Arbeidersbond voor Sport en Lichaamscultuur, om jullie inzicht te geven in hoe de Oostenrijkse arbeidersbeweging onder Deutsch probeerde deze nieuwe wereld vorm te geven en het individu te “herscheppen”.

In 1910 werd met zeventig leden de Oostenrijkse Arbeiders-Turnvereniging opgericht. Al snel hernoemd tot Arbeidersbond voor Sport en Lichaamscultuur in Oostenrijk (ASKÖ) organiseerde deze bond een aantal sporten, van gymnastiek tot wandelen en van zwemmen tot voetbal. Het interessante aan deze vereniging voor ons is niet dat zij sport organiseerde (er waren veel sportbonden in Oostenrijk destijds, net als in het Nederland van vandaag de dag), maar dat zij een poging deed om de sport los te snijden van het egoïsme, de sterrenkwekerij en het nationalisme, en deze elementen te vervangen door solidariteit, samenwerking en een streven naar goede gezondheid voor de hele bevolking. Hiermee wist de ASKÖ een gigantische schil van mensen rondom de Oostenrijkse socialistische partij op te bouwen. Deze mensen groeiden op in een sociale cultuur waarin zij gestimuleerd werden zichzelf te ontwikkelen en te scholen en nieuwe vaardigheden aan te leren waarmee zij krachtiger in het leven stonden én maatschappelijk geëngageerd waren. Honderdduizenden raakten zo betrokken bij politieke processen waar zij anders nooit bij in de buurt waren gekomen.

De sterrenkwekerij, het behalen van steeds hogere records voor een paar individuen terwijl het gros van de bevolking passief toekeek, was voor deze socialistische sportbonden niet het hoogste doel van sport. Het eindeloze streven van een atleet die met jarenlange training uiteindelijk twee centimeter verder wist te springen dan zijn voorganger, terwijl mensen geld moesten neertellen om het commerciële spektakel wat hieromheen werd gebouwd te bewonderen, vonden de austromarxisten belachelijk. Wat voor de ASKÖ onder het voorzitterschap van Julius Deutsch van belang was, was het gezonder en vitaler maken van de grote massa’s van de bevolking. In de woorden van Deutsch zelf: 

…onze visie voor sport is niet die van enkele professionele atleten die de wereld doen verbazen met hun acrobatentrucjes; onze visie is er een van honderdduizenden, miljoenen mensen die gezonder en krachtiger worden door sport.

Deutsch probeerde met de ASKÖ de sport uit de commerciële klauwen van het kapitalisme los te scheuren en te vervullen van een sociaal doel. Maar de ASKÖ had ook nog een andere motivatie. Zoals eerder genoemd bestreden de socialistische sportbonden ook het nationalisme, terwijl veel burgerlijke sportbonden in die tijd juist gretig gebruik maakten van het competitieve element van sport om het nationalisme onder de arbeidersklasse aan te wakkeren. 

Onder Deutsch haalde de ASKÖ op haar hoogtepunt een ledenaantal van 300.000 arbeiders. Dit is best veel, maar Deutsch ging voor meer. Hij werd voorzitter van de Socialistische Arbeiders Sport Internationale (SASI), een internationaal verbond van socialistische sportverenigingen die meer dan twee miljoen leden hadden verdeeld over twintig landen. Gezamenlijk organiseerden deze sportverenigingen de arbeidersolympiaden

De arbeidersolympiade vormde een socialistisch alternatief op de ‘burgerlijke’ Olympische Spelen. Het nationalisme en de nadruk op individuele records van de Olympische Spelen werden door de socialisten vervangen door een gezamenlijke rode vlag, samenwerking en een nadruk op de fysieke ontwikkeling van de arbeidersklasse als geheel. De tweede arbeidersolympiade die in 1931 in Wenen werd georganiseerd trok zo’n 100.000 sporters en 250.000 toeschouwers, en overtrof de burgerlijke Olympische Spelen van 1932 met zo’n 1300 sporters en 100.000 toeschouwers ruimschoots. De socialistische arbeiderssportbeweging was immens populair en het concept had zich in rap tempo over de wereld verspreid.

Naast de bovengenoemde doelen van de socialistische sportbonden vormden ze ook een goed tegengif tegen verschillende anti-sociale fenomenen, zoals het groeiende alcoholisme onder arbeiders in de vroege twintigste eeuw. Deutsch, zelf de zoon van een kroegbaas, hekelde de prominente rol die alcohol speelde in de levens van een groot deel van de mensen:

Weg van de kroeg! Weg van het lanterfanten in ongezonde omgevingen. Dit is een oproep om onze prachtige natuur in te trekken, een oproep tot plezier en herstel. Belangrijker nog voor onze bevrijding dan louter fysieke kracht is onze mentale kracht. Wij arbeiders moeten de omstandigheden van ons bestaan en de mogelijkheden om de belangen van onze klasse te versterken ten volste begrijpen. Zonder intellectuele helderheid en een ijzeren wil zal de weg naar macht voor onze klasse niet mogelijk zijn.

Zoals de socialistische sportbonden op hun eigen wijze probeerden bij te dragen aan de opbouw van de socialistische wereld en de verheffing van de werkende klasse waren er vele initiatieven die hetzelfde probeerden. Toegankelijke leesclubs voor arbeiders waarin ze hun culturele en historische kennis konden vergroten, vakantieverenigingen die mensen de kans boden om tegen betaalbare prijzen de wereld te zien, partijkroegen waarin de buurt bijeenkwam om de politiek te bespreken, schaakclubs, bierbrouwerijen en coöperatieve winkels. De partijbeweging vormde een rijke wereld waarin elke arbeider zijn of haar thuis vond.

Helaas konden deze verenigingen ondanks hun omvang, internationale karakter en grootse resultaten geen weerstand bieden tegen de bloederige opmars van het nazisme in Europa. Reactionaire krachten lagen in Oostenrijk en andere delen van Europa al sinds de opkomst van de austromarxisten op de loer om hun slag te slaan, en in 1934 was het moment dan daar. Fascistische milities en legerdivisies lanceerden na een periode van schermutselingen een staatsgreep tegen de socialistische regering in Wenen en voordat de austromarxisten een antwoord klaar hadden waren ze uiteen geslagen. Een periode van onderdrukking en slachtingen onder de arbeidersklasse brak aan en de partijbeweging van Deutsch, die zelf ternauwernood het land had weten te ontvluchten, kwam ten einde. De beweging die wereldwijd miljoenen had weten te verenigen in de strijd voor van een betere wereld werd in haar eigen bloed gesmoord en nooit meer opgebouwd. Tot dusverre, althans. 

Hebben wij met de oprichting van de Kameraadschappij een kans om dezelfde veelbelovende positie als Deutsch en de socialistische partijbewegingen van de twintigste eeuw te behalen? Het is verleidelijk om te antwoorden dat wij met onze 85 leden op de teller op de datum van oprichting een beter begin hebben dan de ASKÖ met haar 70. Echter missen wij een cruciaal element van de partijbeweging: de partij. Noch Nederland, noch enig ander Europees land kent op dit moment een socialistische partij met de revolutionaire wereldvisie, toewijding aan diversiteit van opvattingen en de omvang die de twintigste eeuwse partijbewegingen tot een slagkrachtig initiatief maakten. In dat opzicht zijn wij, de leden van de Kameraadschappij, begonnen aan het bouwen van een partijbeweging zonder partij. Wij missen op dit moment het politieke orgaan dat ons sturing kan geven in de strijd voor onze belangen.

Dat wil echter niet zeggen dat wij dan maar moeten duimen draaien, wachtend op anderen die dit probleem voor ons oplossen! Er leeft een grote frustratie met de huidige politiek onder onze klasse, een politiek die de vorm heeft van een grijs en ontoegankelijke toneel in Den Haag waar nagenoeg identieke politieke partijen lobbyen om de macht. Er is geen partij in het parlement die durft te breken met het kapitalisme, dat de oorzaak is van zoveel maatschappelijke problemen waar onze klasse telkens weer de gevolgen van ondervindt. Het alternatief dat een kleine groep op links hier tegenover zet is eindeloos straatactivisme waarbij telkens de gehoopte resultaten uitblijven. De opbouw van een socialistische partijbeweging van de eenentwintigste eeuw kan bijdragen aan de weg uit dit diepe dal. Het zou onze klasse weer op toegankelijke wijze betrekken bij — en weerbaar maken in — de strijd voor een betere wereld, onze wereld.

Daarom wil ik alle zielsverwanten van de Kameraadschappij oproepen te vechten voor de opbouw van een partij die ons politieke thuis kan vormen. Zet je enerzijds in bij de Kameraadschappij voor een brede vereniging waar wij als individu en als klasse fysiek fitter en mentaal scherper kunnen worden — maar zet je ook in voor de omvorming van de bestaande arbeidersbeweging tot een socialistische massapartij die het kloppende hart van onze klasse kan vormen. Het is deze combinatie die ons opnieuw tot historische hoogtes kan tillen. Laten wij vanuit deze strategie bouwen aan de wereld wie wij eisen en verdienen: de wereld van het socialisme.

Wir sind das Bauvolk der kommenden Welt.
Wir sind der Sämann, die Saat und das Feld.
Wir sind die Schnitter der kommenden Mahd.
Wir sind die Zukunft und wir sind die Tat.
– Arbeiter von Wien

Wij zijn het bouwvolk van de komende wereld.
Wij zijn de zaaiers, het zaad en het veld.
Wij zijn de maaiers van de komende oogst.
Wij zijn de toekomst en wij zijn de daad.
– Arbeiders van Wenen